Vorige week ging het – in deel 1 – over voorraadbetrouwbaarheid en wat dat eigenlijk is. In dit deel gaat het over hoe je voorraadbetrouwbaarheid meet. Dit alles onder het motto: meten is weten. En wil je verbeteren, dan begin je met meten!
Zo meet je voorraadbetrouwbaarheid:
‘aantal werkelijk op voorraad van dit artikel’ in verhouding tot ‘aantal volgens systemen op voorraad van dit artikel’ x 100%
In Excel is het dan =(1-(ABS(B1-B2)/B2))*100
B1 staat voor aantal werkelijk op voorraad van dit artikel
B2 staat voor aantal volgens systemen op voorraad van dit artikel
ABS is een Excel-functie en deze berekent de absolute waarde.
Voorbeeld:
Van een artikel is er 80 stuks werkelijk op voorraad. Volgens de systemen zijn er 100 stuks op voorraad. De voorraadbetrouwbaarheid is dan (1-(ABS(80-100)/100))*100 oftewel 80%.
Nog een voorbeeld:
Van een ander artikel is er 100 stuks werkelijk op voorraad. Volgens de systemen zijn er 80 stuks op voorraad. De voorraadbetrouwbaarheid is dan (1-(ABS(100-80)/80))*100 oftewel 75%.
Werk je met verschillende magazijnen/locaties dan is de voorraadbetrouwbaarheid:
‘aantal werkelijk op voorraad van dit artikel in dit magazijn c.q. op deze locatie’ in verhouding tot ‘aantal volgens systemen op voorraad van dit artikel in dit magazijn c.q. op deze locatie’ x 100%.
Een alternatieve manier van meten van voorraadbetrouwbaarheid is om niet uit te gaan van de voorraad, maar van het aantal tellingen die juist zijn. De voorraadbetrouwbaarheid is dan: ‘aantal tellingen van dit artikel waarbij de voorraad correct was’ in verhouding tot ‘totaal aantal tellingen van dit artikel’ x 100%
Klinkt allemaal heel logisch of niet?
Maar stel nu dat je artikelen hebt waar je een lage voorraadbetrouwbaarheid accepteert, bijvoorbeeld bij grijpgoederen. Deze artikelen hebben allemaal een hele lage voorraadbetrouwbaarheid. Daardoor lijkt het alsof het allemaal kommer en kwel is.
De oplossing is dan om alleen artikelen te meten waarvan de voorraadbetrouwbaarheid belangrijk is. Of je deelt alle artikelen in in groepen (ABC). Van artikelen in groep A is de voorraadbetrouwbaarheid heel belangrijk dus deze krijgen wegingsfactor 1. Van artikelen in groep B is het belangrijk, maar niet doorslaggevend, dus wegingsfactor 0,5. Van groep C, …. , nou goed je snapt het.
Tot zover het meten van voorraadbetrouwbaarheid.
Volgende week deel 3: waarom is voorraadbetrouwbaarheid belangrijk?
Meer over voorraadbeheer in de online training voorraadbeheer-basis ->
Meer over voorraadbeheer in de online training EJLog-Voorraadbeheer ->
Meer over voorraadbeheer in de online training ESLog-Voorraad Management ->

